Archief voor februari, 2012

De weg voor je, ontvouwt zich langzaam. Stukje voor stukje. Soms zie je een volgende bocht of heuveltje door een tegenligger of iemand die voor je rijdt. Maar het is laat, dus bijna niemand op die weg.
Joúw weg. Je moet er dus maar op vertrouwen dat die weg doorgaat en niet plotseling stopt. Je moet goed opletten en je concentreren, zodat je geen bocht mist, en iedereen in zijn of haar tempo laat rijden om botsingen te voorkomen. Het is een onbekende weg. Het komt je af en toe bekend voor, maar je weet niet waar de nieuwe bocht zich aandient, wat er achter de volgende heuvel ligt.
Maar je bent niet aan je lot overgelaten. Overal staan wegwijzers.
Borden met namen die zeggen waar je naar toe kunt. De kunst is dan om te weten waar je heen wilt en welke stappen daarvoor nodig zijn. Je hebt een routebeschrijving nodig.
Maar die routebeschrijving zegt niet altijd wat je tegenkomt onderweg.
De bochten, heuvels, hobbels in de weg zijn er. Het gaat er maar net om hoe jij ze neemt.
Soms kan je wat sneller, soms moet je afremmen. Maar wat blijft is Vertrouwen.
Vertrouw dat je het kan.
Vertrouw dat je er komt.
Vertrouw dat wat je onderweg ook tegenkomt, jou nooit van je doel zal kunnen afhouden.
Vertrouw dat alles samenwerkt om Daar te komen. Ook al lijkt het soms onmogelijk door alle problemen, ongelukken, omleidingen op je weg.
Vertrouw jezelf.
Want jij bent het Allemaal.

5 regels om gelukkig te zijn

Geplaatst: 27/02/2012 in Ecip
Tags:, , , , , , , , ,

1) Probeer je hart te verlossen van haat.

2) Probeer je hoofd te verlossen van zorgen.

3) Leef eenvoudig en wees blij met elke dag.

4) Wees gul met vriendschap.

5) Geef meer en verwacht minder van het leven.

De vrededuif

Geplaatst: 27/02/2012 in Ecip
Tags:, , , , , , , , ,

Op een dag zat er een vreemde, witte duif voor het hok van de postduif. Hij zag er moe en verfomfaaid uit.
“Dag” zei de postduif. “Dag” zei de witte duif. “Wie bent u als ik vragen mag?” “Ik ben de postduif” antwoordde de postduif. “Ik breng de post.
Brieven en zo. In witte enveloppen En wie bent u?” “Ik ben de vredesduif” zei de witte duif.”Ik breng vrede.”

“Vrede?” De vredesduif knikte. “Is dat moeilijk?” De vredesduif knikte opnieuw. “Heel moeilijk, vrede kun je namelijk niet zien. Die moet je voelen” “Daar ben ik heel goed in, in voelen” zei de postduif. “Wij postduiven vliegen op ons gevoel moet u weten” “Voel eens dan” zei de vredesduif. De postduif deed zijn ogen dicht en voelde. “Ik voel iets zachts” zei hij na een poosje. “Rust, fijns en iets warms. Het doet me denken aan een nest. Een veilig nest, hoog in een boom. En aan maïskorrels en aan verse stukjes brood. 

Zou dat vrede zijn?” “Dat is heel goed mogelijk” knikte de vredesduif. “Wilt u het hebben?” “Graag” antwoordde de postduif. “Als u het tenminste kunt missen.” “Och ik heb genoeg” vervolgde de vredesduif. “Lang niet iedereen wil vrede. Soms gaat mijn hele bestelling retour afzender.”  “Onbegrijpelijk” zei de postduif. “Het voelt heerlijk. Ik dank u wel. Wilt u misschien iets eten?”

“Nee, dank u” zei de vredesduif. “Ik moet gaan. Het is een drukke tijd. “De postduif knikte. “Praat me er niet van. Tot ziens dan maar.
En nogmaals hartelijk dank. Ik wist niet dat vrede zó goed voelde.

De berg van waarheid

Geplaatst: 27/02/2012 in Ecip
Tags:, , , , , , , , ,

Er stond een prachtige berg op aarde met een bord: ‘Zoek en vind de waarheid’.
Mensen die het lazen liepen en klommen vol goede moed naar boven.
Een ieder dacht dat alleen zijn of haar pad de ware en enige weg naar boven was.
Ze hadden vaak geen idee want de paden kruisten elkaar niet. Sommige klommen in groepen anderen liepen alleen.

Maar de berg was hoog en machtig en velen besloten terug te gaan of hun tenten halverwege op te slaan.
Slechts een enkeling klom hoger en hoger en zag verwonderend, dat bovenop de berg vele wegen naar de zelfde top leidde.

Een klein lief meisje stond onder een luifel. Ze zal ongeveer 6 jaar oud zijn geweest, dit prachtige roodharige sproetige beeld van onschuld. Ze had net met haar moeder boodschappen gedaan in de supermarkt.

Het stortregende buiten. Je weet wel, dat soort regen dat goten en afvoerputjes doet overstromen, zo gehaast om de aarde te raken, dat het geen tijd had om de straal wat zachter te zetten.

We stonden allemaal onder deze luifel aan de ingang van de supermarkt. We wachtten, sommigen geduldig, anderen ‘geïrriteerd’, omdat de natuur hun haastige dag in de war had gegooid.

Ik ben altijd wat dromerig als het regent. Ik verdwijn in het geluid en in het gezicht dat de hemel het vuil en het stof van de wereld afspoelt. Herinneringen van ‘rennen en spetteren’ als een ‘kind’, zo zorgeloos spelen in je gedachten, als een welkome onderbreking van een voorbije dag met zorgen en stress…

Haar stem was zo mooi toen het de hypnotische trance onderbrak waar we allemaal in gevangen zaten. ‘Mama, laten we door de regen gaan rennen’, zei ze. ‘Wat?’, vroeg mama.
‘Laten we door de regen gaan rennen!’, herhaalde ze. ‘Nee, lieverd. We wachten totdat het wat minder wordt’ antwoordde mama. Het kind wachtte nog een minuutje en herhaalde: ‘Mama, laten we door de regen gaan rennen.

‘ ‘We worden doornat als we dat doen,’ zei mama. ‘Nee, dat zullen we niet, mama. Dat is niet wat je zei vanmorgen’, zei het meisje terwijl ze aan haar mama’s arm trok. ‘Vanmorgen?

Wanneer zei ik dat we door de regen konden rennen en niet nat zouden worden?’ Het meisje zei kalmpjes: ‘Weet je dat niet meer? Toen je met papa praatte over zijn Hart, toen zei je: ‘Als we hier samen doorheen komen, komen we door alles heen!’
Iedereen was opeens muisstil.

Ik zweer dat je niets anders hoorde dan de regen. We stonden allemaal doodstil. De volgende minuten kwam er niemand en ging er niemand weg. Mama dacht even na over wat ze zou antwoorden. Sommigen zouden het weglachen of haar voor gek uitmaken. Sommigen zouden zelfs negeren wat ze zei. Maar dit was een moment van affirmatie in een kinderleven. Een moment van onschuldig vertrouwen, dat wanneer het gevoed en verzorgd wordt, zal bloeien in geloof in de goede dingen en de hoop van het leven.

‘Lieverd, je hebt gelijk. Laten we door de regen rennen. Als het zo moet zijn dat men ons vanuit hierboven nat laat worden, nou, dan hadden we misschien juist een wasbeurt nodig,’ zei mama.
Daar gingen ze. We stonden daar allemaal te kijken en te lachen, toen ze daar vooruit sprongen tussen de auto’s door, en jawel, door deplassen. Ze hielden hun boodschappentassen boven hun hoofd voor het geval dat. Ze werden doornat. Maar ze werden gevolgd door enkele anderen die schreeuwden en lachten als
kinderen onderweg naar hun auto’s.

En ja, ik ook. Ik rende en werd nat. Ik had ook een wasbeurt nodig. Omstandigheden of mensen kunnen je geld, je materiële bezittingen en je gezondheid wegnemen. Maar niemand kan ooit je dierbare herinneringen wegnemen…

Vergeet daarom niet om ‘tijd’ te maken en de gelegenheden te pakken om elke dag herinneringen te maken. Voor alles en voor elk doel onder de hemel is er een seizoen en een tijd.
Bewaar de zonnige dagen voor de donkere momenten.

Een Oosterse, wijze leermeester ging eens met zeven leerlingen een ochtendwandeling maken, terwijl de dauw nog over het land lag. Na enige tijd brak de zon door en de dauwdruppels schitterden dat het een lieve lust was!

Bij een grote dauwdruppel liet de oude meester halt houden. Hij schaarde zijn leerlingen zodanig rondom de druppel dat de zon erop bleef schijnen en vroeg hen welke kleur de druppel had.

“Rood,” zei de eerste.
“Oranje,” zei de tweede.
“Geel,” zei de derde.
“Groen,” zei de vierde.
“Blauw,” zei de vijfde.
“Paars,” zei de zesde.
“Violet,” zei de zevende…..

Ze stonden verbaasd over de verschillen en omdat ze allemaal zeker waren van de kleur die de druppel had, ontstond er bijna ruzie. Toen liet de oude meester hen enige keren van plaats wisselen. En heel langzaam drong het tot hen door dat, ondanks de verschillen in hun waarneming, ze toch allemaal de waarheid hadden gesproken.

Nadat er zo enige tijd verstreken was, liet de oude meester hen weer hun oorspronkelijke plek innemen. Maar omdat intussen de zon gedraaid was, kaatsten er weer heel andere kleuren terug vanaf de grote dauwdruppel. En de meester sprak:

“Hoe u de waarheid ziet, hangt af van de plaats en de tijd die u in het leven inneemt, zoals u daarnet een deel van het licht hebt gezien en dat voor de waarheid aanzag…

Laat uw medemensen in volle vrijheid hun eigen weg bewandelen, hun eigen plaats innemen en hun eigen deel van het licht waarnemen. U heeft allemaal waarheden nodig, want alle tezamen vormen zij het werkelijke spectrum als geheel; de volle waarheid…

Tot u zelf een van de groten bent geworden en de zeven kleuren als één kunt waarnemen, zal ieder afhankelijk van zijn situatie een ander standpunt innemen en de waarheid op een andere manier zien…

Wees daarom niet alleen tolerant, want dat is slechts het duiden van andermans mening, maar wees zelfs blij dat er andere meningen zijn. Zolang u zelf nog niet het volle licht kunt zien, heeft u uw medemens als medeleerling nodig om de volle waarheid te leren kennen.”

Enkele jaren geleden strafte een moeder haar driejarig zoontje,

omdat hij overbodig gebruik had gemaakt van mooi verguld cadeau-papier. Geld was er niet in overvloed en zij kon niet verdragen dat hij dit dure papier gebruikte om een cadeautje in te pakken en onder de kerstboom te leggen.

De volgende morgen bracht het kindje het verguld cadeautje naar zijn moeder en zei: “Hier, mama, voor jou !” Met stomheid
verslagen en aangegrepen door het voorval, beklaagde de moeder zich haar sterke reactie van de dag daarvoor. Het zoontje
aanvaardde haar excuses maar al te graag.

Zij opende de doos, maar ontdekte dat er in de doos helemaal niets zat. Zij schreeuwde naar hem: “Weet je dan niet dat het heel dom is om iemand een lege doos te geven, er moet altijd iets in zitten!”

Het jongetje kreeg tranen in de ogen en zei: “Maar mama, de doos is niet leeg, ik heb het gevuld met kusjes, allemaal voor
jou!”.

De moeder was volledig van de kaart, omarmde haar zoon en hoopte dat hij haar ooit haar boze reactie zou kunnen vergeven.

Enige tijd later wordt het jongetje door een ziekte getroffen en sterft.

De moeder heeft de doos nog steeds bij zich, dicht bij haar bed. Elke keer dat het verdriet de overhand neemt, neemt zij de
doos vast en neemt een verbeelde kus uit de doos en herinnert zich de grote liefde die haar zoon in het cadeau had gestoken.

Tot slot herinnert ons dit verhaal aan het feit dat iedereen als mens een vergulde doos zou moeten bezitten, vol met onvoorwaardelijke liefde en kusjes voor onze dierbaren.

Bestaat er eigenlijk wel een beter cadeau?